• Anita Hol-Bubeck
  • Berg en Dalseweg 78
  • 6522BP Nijmegen
  • tel. 024-324 96 20
  • anita.hol@planet.nl
contact opnemen

Home

Sinds juni 2001 ben ik full time werkzaam als assurantiedocent en auteur. Daarvoor werkte ik als schadebehandelaar bij verschillende  assurantiekantoren en was ik partime opleider. Ik ontwikkel en verzorg (maatwerk) opleidingen en daarnaast schrijf ik artikelen voor vakbladen en in opdracht van bedrijven.  Kijk op Informatie & werkzaamheden voor een uitgebreidere omschrijving van mijn werkzaamheden. 

Voorbeeld van een van mijn artikelen: 

Eendjes en zo…..

Tot groot genoegen van mij en mijn cursisten mocht ik eindelijke weer live een cursus verzorgen. Het was even wennen: werken met kleine groepen, op 1,5 meter afstand van mij en elkaar en in hele grote ruimtes die dankzij alle ontsmettingsmiddelen aan een ziekenhuis doen denken.

Maar het was ouderwets leuk om weer ‘live’ met de cursisten te sparren over allerlei ingewikkelde casussen , vooral motorrijtuigen schades. De deelnemers hadden zelfs speelgoed autootjes, koeien, honden en eendjes meegebracht om de kop-staartbotsingen en kettingbotsingen veroorzaakt door remmen voor dieren na te spelen. Als ik het zo vertel klinkt dat raar…. laat ik maar bij het begin beginnen.

Voorbeeld:

We gaan uit van het volgende voorbeeld: er ontstaat een aanrijding als een automobilist -die met 100 km per uur op een snelweg rijdt- remt voor moeder (of vader) eend die met een heleboel jonge eendjes achter zich aan de snelweg oversteekt oversteken. De achter de remmende auto rijdende andere automobilist remt net iets later en zo ontstaat er een kop-staartbotsing of misschien rijdt er nog wel een auto achterop dan hebben we een kettingbotsing. Het gesteggel over wie aansprakelijk is kan dan beginnen? Is het de achterop rijder, want die is toch als achter-op-rijder altijd aansprakelijk? Of is het de remmende automobilist? We kunnen er heel lang over discussiëren maar ik stel voor om bij het begin te beginnen.

De oorzaak van de ‘kop-staartbotsingen’ en ‘kettingbotsingen’ is vaak het onvoldoende afstand houden door de achter-op-rijder en dan is de achter-op-rijder aansprakelijk. In art. 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) staat: ‘Een bestuurder moet in staat zijn om het voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.’ Als een auto achter op een andere auto rijdt, dan ontstaat het vermoeden dat hij te weinig afstand heeft gehouden tot zijn voorganger en dat hij zijn auto daardoor niet tot stilstand heeft kunnen brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien. De achter-op-rijder is dan in principe aansprakelijk voor de schade aan zijn voorganger(s).

Maar het wordt anders als die achter-op-rijder kan aantonen dat hij wel voldoende afstand hield, maar dat zijn voorganger onnodig remde of te wel remde zonder verkeersnoodzaak. Er is geen verkeersnoodzaak om te remmen voor eendjes die de snelweg oversteken. Niet voor jezelf en niet voor het achteropkomende verkeer. De impact van het aan- of overrijden van de eenden op de snelweg is kleiner dan het plotseling remmen voor eenden. Je kunt ook stellen dat de voor de eenden remmende automobilist heeft gehandeld in strijd met art. 5 van de Wegenverkeerswet. In dat artikel staat: ‘Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd’.

In een soortgelijke situatie zoals in het hiervoor gegeven voorbeeld heeft de Hoge Raad in 2001 een duidelijke uitspraak gedaan. De aansprakelijkheid lag volgens de Hoge Raad bij de voor de eenden remmende voorste automobilist. Die uitspraak staat bekend als het ‘Eendjes-arrest’ ECLI:NL:HR:2001:AB1065.

Eerdere uitspraken

In het Eendjes-arrest van 2001 wordt verwezen naar eerdere uitspraken over het remmen voor dieren: niet alleen voor eenden maar voor allerlei andere soorten overstekende dieren. Uit die uitspraken blijkt dat het remmen voor grotere dieren die oversteken (bijvoorbeeld koeien, paarden, herten etc.) wel beschouwd kan worden als remmen met verkeersnoodzaak. Remmen is dan noodzakelijk voor de eigen veiligheid en de veiligheid van andere weggebruikers. Ook blijkt uit die uitspraken dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen het remmen voor dieren op de snelweg en op 70 en 80 km wegen en/of op wegen binnen bebouwde kom. Op 70/80 km wegen en binnen de bebouwde kom moeten alle weggebruikers er rekening mee houden dat de voorganger kan gaan remmen voor ‘iets’ ( bijv. dieren en kinderen) dat oversteekt. Automobilisten moeten voldoende afstand houden om het voertuig dat zij besturen tijdig tot stilstand te kunnen brengen. Op een automobilist die achterop zijn voorganger rijdt, rust in principe een vermoeden van schuld, omdat hij kennelijk onvoldoende afstand hield. De opbouw van het antwoord is dus te vinden in art. 19 RVV, art. 5 WVW, Het Eendjesarrest en de diverse eerdere en ook nog latere uitspraken over remmen voor overstekende dieren. Aan de hand daarvan kunnen allerlei soorten schades op allerlei soorten wegen met allerlei soorten dieren beoordelen en dat hebben we ook gedaan!

Na afloop van de training lopen de deelnemers het lokaal uit, elkaar goede reis wensend en grappen makend over ‘kijk uit voor overstekende eenden en andere dieren’!

Tot slot: ‘Is dit toeval?’ vroeg een deelnemer een dag later toen hij mij een link stuurde naar een nieuwsbericht van het Algemeen dagblad met de kop: ‘Overstekende eendjes waarschijnlijk oorzaak ernstig ongeval op A2’. Lachend reageerde ik: ‘Ja het echt puur toeval. Maar misschien zou je zonder de les van gisteren het bericht niet opgevallen zijn.’